|

| |
|
Geschiedenis van
"De ijzeren rijn" |
Ook de aanleg van de spoorweg
Antwerpen-Mönchengiadbach, die Lommel nabij het gehucht Kattenbos doorkruiste,
kon niet het verwachte soelaas bieden.
De planning van de IJzeren Rijn, die een verbinding moest vormen tussen de
Schelde en de Rijn, dateert al van 1830. Diverse voorstellen volgden elkaar in
een hoog tempo op, zonder dat er evenwel gevolg aan gegeven werd. De
Nederlanders hielden het been stijf en weigerden elke medewerking. Pas in 1868
wilden ze hun principiële toestemming geven. Vanaf 1868 werd er dan ook druk
gediscussieerd over de aanleg van deze spoorwegverbinding en vooral over het te
volgen tracé. Er waren twee mogelijkheden: ofwel het zuidelijke traject via
Moi-LeopoldsburgPeer-Bree en Thorn naar Roermond ofwel het noordelijke traject
dat een meer rechtlijnig tracé was via Mol-Lommel-Neerpelt naar Weert en
Roermond. Op 13 juli 1869 adviseerde de Limburgse provincieraad het zuidelijke
traject. Op 14 oktober 1869 werd de concessie voor de lijn
Antwerpen-Mönchengladbach verleend aan de Société Anonyme des Chemins de Fer du
Nord de la Belgique. Toch zou het nog tot 1878 duren vooraleer men met de
eigenlijke aanleg kon beginnen. Uiteindelijk werd toch gekozen voor het
noordelijke tracé. In de loop van 1879 nam de Maatschappij Grand Central Beige
deze spoorweg in exploitatie.
De IJzeren Rijn was hoofdzakelijk als goederenlijn ontworpen, wat merkbaar was
aan het beperkte aanbod van reizigerstreinen: slechts drie paar reizigerstreinen
per dag, later uitgebreid met twee lokale treinen tussen enerzijds Antwerpen en
Mol - later verlengd tot Hamont — en anderzijds tussen Weert en Roermond. Het
goederenvervoer kende blijkbaar wel veel succes, want in 1893 besloot de Grand
Central Beige zelfs tot het dubbeisporig uitbouwen van de enkelsporig aangelegde
lijn. Maar zover is de maatschappij niet gekomen, want de Belgische staat nam
vanaf 1897-1898 de exploitatie van de spoorlijn over.In Lommel betekende de
aanleg van de IJzeren Rijn geen onmiddellijke toename van industriële
bedrijvigheid. Integendeel, de nieuwe spoorlijn veroorzaakte tijdens de eerste
jaren zelfs een emigratie van Lommelse arbeiders die hun geluk gingen beproeven
in de Antwerpse, Waalse of Duitse industriebekkens. Pas na het ontstaan van een
eigen grootindustrie (1904) kwam hieraan een einde.
Door de aanwezigheid van de spoorlijn en het
station in Lommel—Kattenbos
werd de groei van het gehucht wel gestimuleerd.
Pas op langere termijn werd door de aanwezigheid van het Kempisch Kanaal, het
Kanaal van Beverlo en de spoorweg Antwerpen-Mönchengladbach wel een gunstig
klimaat geschapen voor de vestiging van grootindustrieën.
IN 1978 wordt met een stoomtrein de lijn Antwerpen
- Neerpelt plechtig terug geopend. Er komen nieuwe treinstellen vanaf 2001.
Er worden op dit moment onderhandeld met Nederland om deze spoorlijn terug zijn
functie als verbinding tussen Antwerpen en het Ruurgebied terug te geven. Wat
voor de Industrie van Noord-Limburg zeker een opsteker zou zijn .Dit gaat echter
niet zo gemakkelijk omdat de noorderburen niet echt geneigd zijn om door een
natuurgebied te laten rijden.
|